Voor een optimale beleving van deze website, vragen wij u cookies te accepteren. De website zal pas cookies plaatsen wanneer u hiervoor expliciet akkoord heeft gegeven. Lees meer >

 

Opinie

In de actuele berichten houden wij het graag bij de feiten. Hier delen wij de meningen en bespiegelingen van onze pensioenprofessionals met u.
Wilt u reageren op een bijdrage? Mail ons.


De vrije val van een steen


Bart Sonnenschein, specialist risicomanagement AZL Actuariaat

Een steen die van 30 meter hoogte valt, klapt na 2,47 seconden op de grond. Of, als u niet opzij stapt, iets eerder op uw hoofd. Die 2,47 seconden, dat lijkt in ons verlangen naar zekerheden zo’n heerlijk exact en definitief cijfer. Maar als er geen sprake is van een vrije val blijkt onze 2,47 niet zo exact en definitief. Dan wordt het ook in de huidige tijd nog knap lastig om de duur van de reis naar beneden zo loepzuiver te bepalen en u op tijd in veiligheid te brengen.

André Rieu
Met actuariële berekeningen in het pensioenveld is het precies zo. Het cijfer dat de actuarieel adviseur presenteert staat vaak als het spreekwoordelijke huis maar een uitleg met alle deskundige nuances hoort erbij als een viool bij André Rieu. De logica achter de berekening zelf en het mandje met relevante externe factoren zijn nu eenmaal onmisbaar om het cijfer van uw adviseur op zijn juiste waarde te kunnen beoordelen. Veel van deze externe factoren zijn inmiddels omarmd in pensioenland. Zo is duidelijk dat een wijziging van de rente de hoogte van de pensioenpremie en de eigentijdse waaier van dekkingsgraden raakt. Niemand aan een bestuurstafel die dat nog zal betwisten.

Multi-interpretabel
Maar er is meer onder de zon: ook nieuwe regelgeving of multi-interpretabele regelgeving beïnvloeden het (pijnlijke) landingsmoment van onze vallende pensioensteen. Neem de vereiste dekkingsgraad. Dat is een belangrijke graadmeter die onder meer bepaalt of een pensioenfonds zich in een tekortsituatie bevindt. Zo ja, dan mag het fonds geen extra beleggingsrisico nemen. Maar wat bepaalt of een fonds extra risico neemt? Juist, de vereiste dekkingsgraad. In de praktijk wordt de vereiste dekkingsgraad daarom gebruikt bij beleggingsbesluiten. Maar de regels voor het berekenen van die o zo dominante vereiste dekkingsgraad zijn helaas niet van steen. Laat twee actuariële bureaus op hetzelfde moment en met dezelfde uitgangspunten de vereiste dekkingsgraad becijferen en de kans op verschillen is groter dan de kans op een identieke uitkomst. En wie van beiden heeft het dan goed gedaan? Moeilijk te zeggen want het verschil is vrijwel altijd te danken aan interpretaties van de regels. Voor andere actuariële berekeningen zoals voor een ALM-studie of haalbaarheidstoets geldt veelal hetzelfde.

Kristalhelder
De actuarieel adviseur heeft dus de belangrijke taak om zijn cijfers goed in te bedden in een vakkundige en kristalheldere uitleg. Alleen dan kan de bestuurder aan een cijfer de juiste waarde toekennen en is later te reproduceren hoe dat cijfer ooit tot stand is gekomen. Als iedereen bij het opstellen en beoordelen van cijfers vanuit deze insteek zijn steentje bijdraagt, komt alles goed en hoeft u later aan de hand van hoofdpijn niet te constateren dat u niet op tijd die stap opzij hebt gezet.

Deze bijdrage verscheen ook in AZL Perspectief van maart 2017.