Voor een optimale beleving van deze website, vragen wij u cookies te accepteren. De website zal pas cookies plaatsen wanneer u hiervoor expliciet akkoord heeft gegeven. Lees meer >

 

Principeakkoord pensioenstelsel toegelicht

Nadat november 2018 de onderhandelingen tussen het kabinet en de sociale partners over een nieuw pensioenstelsel waren stukgelopen, heeft minister Koolmees de sociale partners uitgenodigd zo snel mogelijk weer aan de onderhandelingstafel plaats te nemen. Dit deed de minister in een brief aan de Stichting van de Arbeid en de Sociaal Economische Raad (SER). De vakbonden hebben de uitnodiging aanvaard.
De onderhandelingen zijn op 3 juni 2019 begonnen en hebben op 5 juni 2019 tot een principe akkoord geleid. Minister Koolmees deelt dat mede in zijn brief van 5 juni 2019 aan de Tweede Kamer. Daarnaast heeft de SER tegelijkertijd een advies uitgebracht.

Aanvullend pensioen
Voor het aanvullend pensioen is er in principe akkoord over het afschaffen van de doorsneesystematiek. Ook wordt een premieregeling met inkoop van voorwaardelijk pensioen mogelijk. Dat pensioen kent een grotere kans op indexatie, maar kan ook eerder gekort worden.

Er zijn nog een aantal onderwerpen die moeten worden ingevuld. Zoals de compensatie van deelnemers bij het afschaffen van de doorsneesystematiek en de mogelijkheid van variabel pensioen voor verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen. Over opbouw van pensioen voor zelfstandigen (zzp’ers) moeten sociale partners met zelfstandigenorganisaties onderhandelen. Invulling van de witte vlek (personen zonder pensioentoezegging; met name uitzendkrachten) hangt af van de uitkomst van nadere onderzoeken.

AOW
De stijging van de AOW-leeftijd wordt per 1 januari 2020 tot 2022 bevroren op 66 jaar en 4 maanden. In 2022 zal de AOW-leeftijd stijgen naar 66 jaar en 7 maanden, in 2023 naar 66 jaar en 10 maanden en in 2024 naar 67 jaar.
Daarna zal de AOW-leeftijd met acht maanden worden verhoogd bij iedere stijging van de levensverwachting na 65 met een jaar.

Zware beroepen
Vanaf 2021 zal het kabinet de heffing op Regelingen van vervroegde uittreding (RVU) gedurende vijf jaar achterwege laten. Dat geldt voor bedragen tot € 19.000 per jaar. De RVU-uitkering mag dan uiterlijk drie jaar voor de AOW-leeftijd ingaan. RVU-uitkeringen die eerder ingaan worden in die eerdere periode belast. RVU-uitkeringen die meer bedragen dan dit bedrag, worden voor het meerdere belast.

Extra verlofdagen
Werknemers mogen nu 50 weken verlof sparen. Dat wordt verhoogd naar 100 weken. Daarmee krijgen werknemers de mogelijkheid te sparen om eerder te stoppen met werken.
In cao’s kunnen sociale partners afspraken over de inzet van overwerk- of ploegendienstbeloningen daarvoor (deels) in te zetten.

Lifetime employment
Het kabinet stelt per jaar € 10 miljoen beschikbaar als bijdrage aan beleid dat gericht is op gezond doorwerken tot de pensioenleeftijd. Het gaat er om dat tijdig wordt geïnvesteerd in duurzame inzetbaarheid: gezondheid, actuele vaardigheden en vakmanschap en de organisatie van het werk.

Zzp’ers
Sociale partners en zelfstandigenorganisaties worden geadviseerd samen de mogelijkheden te onderzoeken van verplichte deelneming, auto-enrollment en variabele inleg. Draagvlak bij de zelfstandigenorganisaties is hiervoor volgens het kabinet belangrijk.
Zelfstandigen worden wettelijk verplicht zich te verzekeren tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico. Het kabinet vraagt sociale partners en zelfstandigenorganisaties om begin 2020 met een voorstel te komen.