Voor een optimale beleving van deze website, vragen wij u cookies te accepteren. De website zal pas cookies plaatsen wanneer u hiervoor expliciet akkoord heeft gegeven. Lees meer >

 

Het huidige pensioenstelsel

Het Nederlandse pensioenstelsel behoort tot de beste van de wereld. Het bestaat uit drie pijlers.
De Algemene ouderdomswet AOW vormt de eerste pijler. Dit is een basispensioen van de Rijksoverheid voor alle ingezetenen. Deze uitkeringen liggen op het niveau van het minimumloon. De uitkeringen worden betaald uit de premies die worden afgedragen voor de AOW en uit belastingen.

Het aanvullend pensioen voor werknemers en beroepsgroepen vormt de tweede pijler. In veel bedrijfstakken en bij veel werkgevers en voor een aantal beroepen is deelname aan de pensioenregeling verplicht. De uitkeringen worden gedaan uit vermogens die zijn gevormd uit betalingen van premie en rendementen. 

De derde pijler bestaat uit pensioenen die personen privé hebben gespaard. Bijvoorbeeld lijfrenten, koopsommen en levensverzekeringen.

Huishoudens-laag-inkomen.png 

Het doel van het aanvullend pensioen is het voorkomen van een grote terugval in levensstandaard na pensionering. Gepensioneerden kunnen dankzij het aanvullend pensioen ongeveer blijven leven zoals ze gewend zijn. Het aantal ouderen met een laag inkomen is afgenomen. (Bron CBS)

Een nieuw stelsel?

Door de vergrijzing en toegenomen levensverwachting wordt het pensioenstelsel duurder, met name de eerste pijler.  Vandaar dat de leeftijd waarop de AOW uitkering in gaat de laatste jaren is gestegen.

De arbeidsmarkt is veranderd. Werknemers blijven niet hun leven lang voor dezelfde werkgever of in dezelfde bedrijfstak werken. Er is meer flexibele arbeid en zelfstandigen maken meer deel uit van de arbeidspopulatie. Dat zet met name druk op het systeem van verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds en de doorsneepremiesystematiek in de tweede pijler.

Tijdens en na de grootste financieel economische crisis sinds de dertiger jaren, in 2008/2009, bleek het pensioenstelsel bovendien gevoeliger voor financiële schokken en langdurige lage rente dan verwacht. Er moet voorkomen worden dat vroegere, huidige of toekomstige generaties eenzijdig benadeeld worden.