Voor een optimale beleving van deze website, vragen wij u cookies te accepteren. De website zal pas cookies plaatsen wanneer u hiervoor expliciet akkoord heeft gegeven. Lees meer >

 

Advies commissie parameters: verlaging rekenrente

De commissie Dijsselbloem heeft zijn advies over de rekenrente en de parameters uitgebracht. Minister Koolmees maakte het advies op 11 juni openbaar. 

De commissie heeft geadviseerd de rekenrente (UFR) te verlagen. De commissie adviseerde de methode van vaststelling van het maximaal rendement op vastrentende waarden gelijk te houden, een verlaging van de minimale prijs- en looninflatie, een lager maximaal rendement op beursgenoteerde aandelen en overige zakelijke waarden. De commissie beveelt verder aan om onderzoek te doen naar een wetenschappelijk verantwoord alternatief voor de forward-systematiek met stabiele uitkomsten voor herstelplannen. Minister Koolmees neemt het advies volledig over.

Wanneer wordt de UFR verlaagd?
DNB onderschrijft het advies volledig en gaat fondsen vanaf 2021 verplichten deze te gebruiken. De aangepaste UFR en parameters gaan gelden vanaf 1 januari 2020. Bij het vaststellen van de premies voor 2020 mogen pensioenfondsen gebruikmaken van de huidige parameters. Voorwaarde is wel dat dit nog in 2019 gebeurt.

Wat zijn de gevolgen van het advies?
De aanpassing van de UFR die de commissie voorstelt, zorgt voor hogere verplichtingen. Gemiddeld is dat 2,5%-punt. Dit is een gewogen gemiddelde dat rekening houdt met de fondsgrootte.
De aangepaste parameters kunnen voor pensioenfondsen behoorlijke gevolgen hebben. Zo gaat de minimale premie die fondsen moeten rekenen omhoog. Verder gaat de kritische dekkingsgraad omhoog met 6,5%-punt. Dit cijfer is gebaseerd op de fondsen die in 2019 een herstelplan hebben ingediend. Hoe groot die stijging is, hangt af van het beleggingsbeleid en varieert tussen 1%-punt en 8%-punt. Tenslotte zullen pensioenfondsen pas later (bij een hogere dekkingsgraad dan nu het geval is) volledig mogen indexeren.

Reacties op het advies
De aangepaste UFR en parameters maken de verdere uitwerking van het net overeengekomen pensioenakkoord er absoluut niet makkelijker op. Gehoopt was dat het advies zou leiden tot een hogere UFR zodat de fondsen wat ruimer in hun dekkingsgraad zouden komen te zitten. Dit zou als smeerolie kunnen werken bij de afschaffing van de doorsneesystematiek en de compensatielast die daarmee samenhangt. Het tegendeel is nu het geval. De vakbonden hebben dan ook al teleurgesteld gereageerd. Zij geven wel aan dat in het akkoord duidelijk is vastgelegd dat er in het nieuwe stelsel voldoende perspectief op indexatie moet komen.