Voor een optimale beleving van deze website, vragen wij u cookies te accepteren. De website zal pas cookies plaatsen wanneer u hiervoor expliciet akkoord heeft gegeven. Lees meer >

 

Eerste reactie AZL op wetsvoorstel aangepast FTK

In het wetsvoorstel worden de volgende wijzigingen voorgesteld.

Beleidsdekkingsgraad
Belangrijk voor het toezicht wordt de beleidsdekkingsgraad, de (voortschrijdende) gemiddelde dekkingsgraad over de 12 voorafgaande maanden. Aan de hand hiervan wordt onder andere bepaald of een pensioenfonds in een tekortsituatie verkeert.

Premie
De premie moet stabiel en kostendekkend zijn. Demping van de premie blijft toegestaan op basis van een 10-jaarsrentemiddeling of op basis van het verwacht rendement. Als het verwachte rendement gehanteerd wordt voor demping, dan moet de indexatie worden meegefinancierd in de premie. Daarnaast mogen tegenvallers in de ontwikkeling van de levensverwachting niet leiden tot een stijging van de premie. Indien deze tegenvallers niet gefinancierd kunnen worden uit eigen vermogen zullen ze via beperking van de indexatie of via pensioenverlaging moeten worden opgevangen.

Vereist eigen vermogen
Het standaardmodel voor de berekening van het vereist eigen vermogen wordt aangepast. Uitgangspunt hierbij is het document ‘Uitwerking herziening berekeningssystematiek Vereist Eigen Vermogen, dat DNB in juni 2011 heeft gepubliceerd. Er is namelijk vastgesteld dat met de huidige systematiek voor de berekening van het Vereist Eigen Vermogen de wettelijke maatstaf onvoldoende waar wordt gemaakt.

Door de voorgestelde aanpassing stijgt het vereist eigen vermogen met circa 5%-punten.
AZL heeft u in 2011 geïnformeerd over de verwachte impact voor uw pensioenfonds.

Herstelplan
De huidige korte- en langetermijnherstelplannen worden vervangen door één herstelplan.

Als de beleidsdekkingsgraad lager is dan de vereiste dekkingsgraad, moet dit onmiddellijk worden gemeld bij DNB. Binnen 3 maanden moet dan het herstelplan worden ingediend, tenzij de beleidsdekkingsgraad inmiddels weer ten minste gelijk is aan de vereiste dekkingsgraad.

Het herstelplan moet zodanig worden vormgegeven dat binnen 10 jaar de vereiste dekkingsgraad wordt bereikt. Hierbij dient uitgegaan te worden van tijdsevenredig herstel en is meer dan tijdsevenredig herstel in de eerste helft van de looptijd van het herstelplan toegestaan.

Jaarlijks, steeds 1 jaar na de start van het oorspronkelijke herstelplan, moet een nieuw herstelplan worden opgesteld. Hierbij wordt weer uitgegaan van de maximale hersteltermijn van 10 jaar, een ‘voortschrijdend herstelplan’ dus.

Het effect hiervan is dat pensioenen eerder worden verlaagd dan in de huidige situatie, waar pensioenverlaging wordt uitgesteld tot het einde van de hersteltermijn. In de memorie van toelichting wordt desalniettemin gesproken over pensioenverlaging als ‘ultimum remedium’.

Conclusie uit bovenstaande is dat een dekkingsgraadtekort niet in 10 jaar wordt ingelopen door jaarlijks 1/10 van het tekort goed te maken. Jaarlijks wordt 1/10 van het resterende tekort ingelopen, wat betekent dat na 10 jaar ‘slechts’ 65% van het totale tekort is ingelopen.

Verder wordt de maatregel minimaal vereist eigen vermogen geïntroduceerd. Als 5 jaren opeenvolgend de beleidsdekkingsgraad lager is dan de minimaal vereiste dekkingsgraad én de laatste feitelijke dekkingsgraad lager is dan de minimaal vereiste dekkingsgraad, moet binnen 6 maanden ervoor gezorgd worden dat de feitelijke dekkingsgraad weer ten minste gelijk is aan de minimaal vereiste dekkingsgraad.

Pensioenverlaging
Pensioenverlaging vindt alleen plaats als de beleidsdekkingsgraad lager is dan de minimaal vereiste dekkingsgraad of de vereiste dekkingsgraad. Hierbij gelden als aanvullende eisen dat alleen pensioenverlaging plaatsvindt als anders de belangen van de belanghebbenden worden geschaad en als alle overige sturingsmiddelen, met uitzondering van het beleggingsbeleid, zijn ingezet.

Toeslagverlening
Toeslagverlening kan alleen plaatsvinden indien de beleidsdekkingsgraad ten minste 110% bedraagt. Wat opvalt is dat er sprake is van een ‘harde’ ondergrens van 110% die niet gekoppeld is aan het risicoprofiel van het fonds.

Er mag niet meer toeslag worden toegekend dan naar verwachting in de toekomst gerealiseerd kan worden. Dat betekent dat het vermogen zodanig dient te zijn, dat de te geven toeslag jaarlijks, gedurende de hele toekomst, gegeven kan worden.

Inhaaltoeslag en ongedaan maken van een pensioenverlaging mag uitsluitend plaatsvinden indien dit geen gevolgen heeft voor de reguliere toeslagverlening, de beleidsdekkingsgraad ten minste gelijk blijft aan de vereiste dekkingsgraad en maximaal 1/10 van het vermogensoverschot hiertoe wordt aangewend.

Er kan dus minder snel toeslag worden verleend dan in het huidige kader.

Haalbaarheidstoets
De continuïteitsanalyse wordt vervangen door een jaarlijkse haalbaarheidstoets. Hiertoe zal, in lagere wet- en regelgeving een uniforme scenarioset voor alle pensioenfonds worden voorgeschreven. Door middel van de haalbaarheidstoets moet vooraf worden aangetoond dat de financiële opzet van een pensioenregeling haalbaar is.

Beleggingsspagaat
Veel fondsen bevinden zich momenteel in een beleggingsspagaat: doordat de dekkingsgraad lager is dan de wettelijke normen, mag niet meer risico worden genomen op beleggingsgebied (zodanig dat het vereist eigen vermogen stijgt). Deze situatie blijft in het wetsvoorstel bestaan, ook bij overgang naar het aangepaste FTK. Wat AZL betreft, is dit een gemiste kans voor het toekomstbestendiger maken van onze pensioenen. Voor veel pensioenfondsen geldt immers dat het huidige strategische beleggingsbeleid nog dateert van voor de crisis.

Inwerkingtreding
Beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2015.

Aangezien de meeste pensioenfondsen hun premie voor 2015 in het najaar van 2014 vaststellen, mag voor de premie 2015 nog de huidige systematiek worden gehanteerd.

Vanaf 1 januari 2015 treden ook de nieuwe parameters in werking. Tevens wordt de Ultimate Forward Rate (UFR) methodiek aangepast.

Indien van toepassing moet het nieuwe herstelplan moet worden ingediend vóór 1 juli 2015 (dus binnen 6 maanden in plaats van binnen 3 maanden). Vóór 1 juli 2015 moeten ook het beleggings- en indexatiebeleid worden aangepast en aangepaste fondsdocumenten worden opgesteld.

Wellicht wordt nog overgangsrecht geformuleerd.