1. Home
  2. Kennis
  3. Nieuws
  4. Stijging dekkingsgraad in november

Stijging dekkingsgraad in november

Ten opzichte van de vorige maand zien we voor de pensioenfondsen waarvoor AZL de actuele dekkingsgraad becijfert een stijging van de dekkingsgraad van circa 4,0%-punt.

Publicatiedatum 17 december 2020
Categorie Algemeen

De dekkingsgraadontwikkeling werd deze maand wederom beïnvloed door het al dan niet verwerken van de nieuwe prognosetafel. Na positief nieuws over coronavaccins stegen de beurskoersen fors afgelopen maand. Zo stegen aandelen ontwikkelde markten met 10,9% gedurende november. Ook aandelen opkomende markten, beursgenoteerd vastgoed, grondstoffen en (bedrijfs-)obligaties werden gedurende november meer waard. Per saldo neemt de gemiddelde totale beleggingsportefeuille toe met 3,1%. Gedurende november is de rente licht gestegen. Zo steeg de 30-jaars swaprente met 0,06%-punt. De UFR bedraagt eind november 1,8%. De vaste rekenrente op basis van de DNB-curve stijgt met 0,04%-punt en bedraagt hiermee eind november 0,23%. De voorziening van pensioenfondsen neemt hierdoor af. De eventuele verwerking van de nieuwe prognosetafel heeft eveneens een verlagend effect op de voorziening. Gemiddeld neemt de voorziening af met 1,2%. Dit leidt tot de eerder genoemde stijging van circa 4,0%-punt van de dekkingsgraad. Dit leidt eveneens tot een positieve ontwikkeling van de beleidsdekkingsgraad. Deze stijgt namelijk met 0,1%-punt op basis van de AZL klantenportefeuille. Voor de meeste fondsen geldt dat de DNB dekkingsgraad van november 2020 hoger is dan die van november 2019.

Algemene ontwikkelingen

In de onderhandelingen tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de sociale partners over het nieuwe pensioenstelsel en de bijbehorende transitie, wordt gesproken over een minimale dekkingsgraad van 95% om te mogen invaren in het nieuwe stelsel. Bij deze stand zouden pensioenfondsen ‘schoon’ kunnen invaren in het nieuwe stelsel, zonder dat dit tot verlagingen van de pensioenen leidt. Pensioenfondsen moeten er dan wel voor zorgen dat ze op het moment van invaren – uiterlijk 2026 – een dekkingsgraad van minimaal 95% hebben. De beoogde datum voor publicatie van de conceptwetgeving voor het nieuwe stelsel en het consultatiedocument is 18 december. Vanaf dan is naar verwachting acht weken de tijd voor commentaar op het wetsvoorstel. Het definitieve wetsvoorstel gaat dan in 2021 naar de Tweede Kamer.

Minister Koolmees heeft een Tweede Nota van wijziging bij het Wetsvoorstel ‘bedrag ineens, RVU en verlofsparen’ gepresenteerd. Deze aanpassing houdt in dat pensioenuitvoerders de mogelijkheid moeten bieden om de lumpsum van maximaal 10% van het pensioenvermogen op een later moment dan de pensioeningangsdatum op te nemen, namelijk in de maand januari van het jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd. Dit moet voorkomen dat de belastingheffing afhankelijk is van het moment waarop een deelnemer de AOW-leeftijd bereikt. Bovendien geeft het ook deelnemers die hun pensioen laten ingaan vóór de pensioeningangsdatum de kans een bedrag ineens op te nemen. Deze aanpassing is echter niet goed gevallen bij pensioenuitvoerders en verzekeraars. Het zou leiden tot ‘disproportionele complexiteit op het gebied van administratie, communicatie en keuzebegeleiding’. Daarbovenop zou de uiterlijke implementatiedatum van 2022 onrealistisch zijn.

DNB heeft bekendgemaakt in zijn toezicht in het nieuwe pensioenstelsel meer focus te gaan leggen op het beleggingsbeleid van pensioenfondsen. Zo zal er worden gekeken naar de totstandkoming van de risicohouding per leeftijdscohort, de deling van het renterisico en eventuele herverdelingseffecten. Daarnaast zal DNB intensief toezicht gaan houden op fondsen die zowel bestaande aanspraken als toekomstige opbouw gaan onderbrengen in het nieuwe contract, de standaardoptie van invaren. Ook heeft DNB in de Nieuwsbrief Pensioenen een oproep gedaan aan pensioenfondsen om zich voor te bereiden op de invoering van alternatieve rentebenchmarks. Eind 2021 moeten fondsen namelijk zijn overgestapt naar benchmarks zoals de €ster en Euribor. Indien fondsen niet op tijd anticiperen op de overgang kan volgens DNB onduidelijkheid over betalingen en waarderingen, juridische conflicten en operationele problemen ontstaan.

Economische ontwikkelingen

Na de winst van Joe Biden in de Amerikaanse presidentsverkiezingen begin november stegen aandelenkoersen fors. Door de positieve ontwikkelingen van coronavaccins stegen de koersen nog meer in waarde en verbraken sommige aandelenindexen zelfs records. Een ander gevolg is de stijgende vraag naar extra risicovolle bedrijfsobligaties, zogenaamde junk bonds. Bedrijven die zwaar getroffen zijn door de coronacrisis zijn namelijk in deze categorie ingedeeld. Door nu in deze junk bonds te gaan investeren, proberen beleggers voor te sorteren op een heropleving van deze bedrijven.
De ECB heeft op 10 december in een persconferentie bekendgemaakt € 500 miljard extra uit te trekken om de negatieve economische gevolgen van de coronacrisis tegen te gaan. Het totale opkoopprogramma komt daarmee op € 1.850 miljard. Verder zal het opkoopprogramma langer doorlopen, ten minste tot maart 2022. Alhoewel de ECB de rentes voor banken ongewijzigd laat, zal de marktrente, door de uitbreiding van het opkoopprogramma, naar beneden worden gedrukt. Bovendien kunnen banken langer gebruik blijven maken van de gunstige voorwaarden die op dit moment gelden voor het lenen van geld.
Tot slot heeft de ECB de verwachtingen voor de economische groei in 2021 bijgesteld van 5% naar 3,9%. Voor 2020 wordt op een krimp van 7,3% gerekend.

Overige ontwikkelingen

Het CBS heeft voor het eerst onderzoek gedaan naar de vermogensongelijkheid in Nederland. Hierbij is ook rekening gehouden met pensioenen. Omdat de meeste Nederlanders verplicht deelnemen aan een pensioenfonds, en dus ook werknemers met lagere inkomens bijna allemaal pensioen opbouwen, is de vermogensongelijkheid in Nederland incl. pensioenen een stuk lager dan de vermogensongelijkheid wanneer pensioenen niet worden meegenomen. De Gini-coëfficiënt is een maatstaf voor ongelijkheid waarbij 0 volkomen gelijk en 1 volkomen ongelijk vertegenwoordigt. In Nederland was de Gini-coëfficiënt voor het vermogen in 2018 exclusief pensioenen 0,77. Worden pensioenen meegenomen in het onderzoek, dan daalt deze naar 0,65.

Vakbond FNV pleit voor hogere AOW-uitkeringen, onder andere om de koopkracht van gepensioneerden te verhogen. Als gevolg hiervan zouden pensioenen betaalbaarder blijven, ondanks de lage rente en rendementsverwachtingen. Ook zouden pensioenpremies minder snel hoeven te stijgen. De hoogte van de AOW-uitkeringen in Nederland is gekoppeld aan het minimumloon, waarvan de FNV al langer voor een verhoging naar € 14 per uur pleit. Het huidige geldende minimumloon per uur bedraagt circa € 10. Bij politieke partijen is er inmiddels veel steun voor een verhoging van het minimumloon, maar niet altijd voor een verhoging tot het niveau waar FNV voor pleit.

Het laatste pensioennieuws in uw inbox

Meld u aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van actuele ontwikkelingen in de pensioenwereld, lees updates over het pensioenstelsel en nieuws van AZL.