1. Home
  2. Kennis
  3. Dossier nieuw pensioenstelsel
  4. Wat houdt het nieuwe stelsel in?
  5. Opnemen bedrag ineens

Opnemen bedrag ineens

Mogelijke uitwerking

Kabinet en sociale partners kondigden in het pensioenakkoord aan deelnemers de mogelijkheid te willen geven om bij pensionering een deel van het pensioen ineens op te nemen. In de brief van 27 juni 2019 schetst minister Koolmees een mogelijke uitwerking. Hij gaat in op de toegevoegde waarde van deze mogelijkheid, de risico’s en de juridische bezwaren om dit wettelijk te regelen. In de 'Wet uitkering ineens, RVU en verlofsparen' heeft de minister dit vormgegeven.

Toegevoegde waarde

Volgens de minister blijkt uit enquêtes dat deelnemers interesse hebben in de mogelijkheid om een deel van het pensioen ineens op te nemen. Daarmee kan beter worden aangesloten bij de persoonlijke situatie van de deelnemer. Ook past het in het patroon dat deelnemers aan het begin van hun pensionering een grotere inkomensbehoefte hebben dan aan het eind.

Risico’s

De solidariteit binnen een pensioenfonds kan onder druk komen te staan. Gekeken moet worden naar de situatie waarbij de dekkingsgraad onder en boven de 100% ligt. Opname van een deel van het pensioen ineens kan een negatief of positief gevolg daarop hebben.

Deelnemers kunnen door de opname hun levenslang pensioen te sterk verlagen. Deelnemers hebben namelijk niet altijd een realistisch beeld van de situatie. Daardoor kan een keuze die op korte termijn verstandig lijkt, op lange termijn onverstandig uitpakken. Dat risico kan worden beperkt door voorwaarden te stellen aan de opname van het bedrag ineens.

Inhoud Wet uitkering bedrag ineens, RVU en verlofsparen

Over de uitkering ineens bepaalt deze wet het volgende. Pensioenfondsen zijn verplicht om mee te werken aan verzoeken van (gewezen) deelnemers om bij ingang van het ouderdomspensioen ten hoogste 10% van de pensioenuitkering ineens te laten uitkeren. De voorwaarden daarbij zijn:

  • de (gewezen) deelnemer maakt geen gebruik van de mogelijkheid om zijn uitkering in hoogte te laten variëren;
  • na de uitkering ineens resteert een ouderdomspensioenuitkering die ten minste gelijk is aan het bedrag voor automatische waardeoverdracht (€ 503,24 bruto per jaar);
  • als de uitkering ineens een verlaging van het partnerpensioen tot gevolg heeft, moet de partner met die uitkering ineens ingestemd hebben;
  • het bedrag van de uitkering ineens wordt sekseneutraal, collectief actuarieel bepaald.

Deze plicht geldt zowel bij het aanvullende ouderdomspensioen als bij het nettopensioen.

Pensioenuitvoerders moeten deelnemers waarvan het ouderdomspensioen ingaat voor februari na de AOW-leeftijd, wijzen op de mogelijkheid om in februari na de AOW-leeftijd het deel van de waarde van het ouderdomspensioen ineens te laten uitkeren. De pensioengerechtigde moet bij ingang van het ouderdomspensioen aangeven:

  • of hij of zij een uitkering ineens wenst
  • voor welk percentage
  • of de uitkering dient te geschieden bij ingang van het ouderdomspensioen of in februari na de AOW-leeftijd.

 

Inwerkingtreding

De Wet uitkering ineens, RVU en verlofsparen is op 1 januari 2021 inwerking getreden voor de onderdelen RVU en verlofsparen.

Omdat het tweede uitkeringsmoment de uitvoering van de uitkering ineens en de communicatie daarover moeilijk maakt, treedt het onderdeel ‘uitkering ineens’ pas op 1 januari 2023 inwerking. De minister van SZW en de pensioensector overleggen over een oplossing voor het probleem van de heffing volksverzekeringen.

Informatieverplichtingen uitkering ineens

De wet bevat een aantal informatieverplichtingen.

  • Pensioenuitvoerders moeten zoveel mogelijk aansluiten bij de informatiebehoefte die (gewezen) deelnemers hebben.
  • Voorafgaand aan de ingangsdatum van het ouderdomspensioen moet het pensioenfonds de (gewezen) deelnemer wijzen op de mogelijkheid van uitkering van het bedrag ineens.
    Ingeval van shoppen, bijvoorbeeld bij uitvoering van een pensioenregeling in de vorm van de Wet verbeterde premieregeling, verschaft de overdragende pensioenuitvoerder deze informatie.
  • Indien een (gewezen) deelnemer aangeeft belangstelling te hebben, verschaft het pensioenfonds de (gewezen) deelnemer:
    • de hoogte van het bedrag ineens
    • de hoogte van het ouderdomspensioen als gebruik wordt gemaakt van het afkooprecht; en
    • de hoogte van het ouderdomspensioen als geen gebruik wordt gemaakt van het afkooprecht
  • Deze informatie moet het pensioenfonds verstrekken op een zodanig tijdstip dat de (gewezen) deelnemer voldoende de tijd heeft om een afgewogen keuze te maken.
    In geval van shoppen verzorgt de overnemende pensioenuitvoerder deze informatieverschaffing.
  • Het pensioenfonds moet de (gewezen) deelnemer wijzen op de mogelijke gevolgen voor de hoogte van de belastingheffing en het gevolg voor wettelijke loonaanvullingsregelingen en toeslagen.
  • De informatie mag zowel schriftelijk, als elektronisch worden verstrekt, afhankelijk van de wijze van informatieverstrekking die gebruikelijk is tussen de (gewezen) deelnemer en het pensioenfonds.

Pensioenregister
Het pensioenfonds moet aan het Pensioenregister voor alle (gewezen) deelnemers doorgeven:

  1. de gevolgen van de uitkering ineens op het pensioeninkomen
  2. de hoogte van de afkoopwaarde bij afkoop van zowel 5% als 10% van
    • het te bereiken ouderdomspensioen voor de deelnemer,
    • het opgebouwde ouderdomspensioen voor de gewezen deelnemer.