1. Home
  2. Kennis
  3. Dossier nieuw pensioenstelsel
  4. Wat houdt het nieuwe stelsel in?
  5. Nieuwe fiscale maxima

Nieuwe fiscale maxima

Huidige stelsel

Om te voorkomen dat werknemers belasting moeten afdragen over de pensioenen die ze opbouwen, moeten de pensioenen binnen fiscale grenzen blijven. Voor een middelloonregeling geldt dat de maximale opbouw niet meer mag zijn dan 1,875% per jaar. Hiermee wordt een ouderdomspensioen beoogd dat 80% van het gemiddelde salaris bedraagt.

Voor beschikbare premieovereenkomsten zijn de uitgangspunten wettelijk vastgelegd en zijn verschillende soorten staffels gepubliceerd die zonder bezwaar gehanteerd kunnen worden.

Nieuwe pensioenstelsel

Degressieve opbouw met een voor alle leeftijden gelijk premiepercentage is niet mogelijk als het maximale opbouwpercentage en de huidige uitgangspunten voor beschikbare premiestaffels in stand blijven. Voor lage leeftijden is het opbouwpercentage hoger en voor hoge leeftijden lager (degressie).

In het nieuwe stelsel worden alle pensioenen fiscaal begrensd op de premie en niet langer op de opbouw. Dit betekent dat er een uniforme leeftijdsonafhankelijke premiegrens gaat gelden voor iedereen. De premiegrens wordt gebaseerd op de huidige ambitie van 80% van het gemiddelde loon in 42 opbouwjaren. Daarbij wordt de marktrente als uitgangspunt genomen, maar worden schommelingen in de fiscale premiegrens zoveel mogelijk vermeden.

Staffels

Als overgangsmaatregel zullen beschikbare premieregelingen met staffels toegestaan blijven. Het gaat dan om beschikbare premieregelingen waarbij compensatie voor overgang naar de leeftijdsonafhankelijke premie niet mogelijk is. De huidige deelnemers kunnen die regelingen behouden.

De leeftijdsonafhankelijke premie is mede afhankelijk van het verwachte rendement en bedraagt bij de verschillende rendementen:

Reëel rendement

Premiegrens

0%

52%

0,5%

44%

1%

38%

1,5%

33%

2%

28%

2,5%

24%

3%

20%

3,5%

17%

De premiegrens is exclusief kosten zoals administratiekosten en incasso- en excassokosten maar inclusief kosten voor vermogensbeheer en het afdekken van beleggingsrisico, zoals het kopen van een beleggingsgarantie. De premiegrens is ook exclusief risicopremies voor partnerpensioen, wezenpensioen, nabestaandenoverbruggingspensioen, arbeidsongeschiktheidspensioen en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Het kabinet geeft aan minimaal 30% en maximaal 33% als premiegrens te willen hanteren.

Maximum voor nabestaandenpensioen

Voor het nabestaandenpensioen op risicobasis voor deelnemers wordt een nieuw maximum ingevoerd. Een nabestaandenpensioen op risicobasis mag maximaal 50% van het salaris van de deelnemer bedragen. Dat is ongeacht het aantal deelnemersjaren.

Wezenpensioen

Het wezenpensioen kan tot uiterlijk 25 jaar worden uitgekeerd. Het bedraagt voor halfwezen 20% van het salaris van de deelnemer. Dat is ongeacht het aantal deelnemersjaren. Voor wezen bedraagt het 40% van het salaris van de deelnemer.