1. Home
  2. Kennis
  3. Dossier nieuw pensioenstelsel
  4. Wat houdt het nieuwe stelsel in?
  5. Nabestaandenpensioen

Het nabestaandenpensioen gaat veranderen. Wat houdt dit in?

Met de komst van het nieuwe pensioenstelsel gaat het nabestaandenpensioen op de schop. Dit betreft zowel het partnerpensioen, als het wezenpensioen. De wetgever beoogt hiermee het nabestaandenpensioen te standaardiseren en de risico’s voor de nabestaanden te verkleinen. Een verbetering is volgens de wetgever met name nodig bij overlijden vóór de pensioendatum, omdat de achterblijvende partner dan met een relatief sterke inkomensterugval te maken kan krijgen. Bij overlijden ná de pensioendatum is deze kans kleiner, omdat er voor de achterblijvende partner dan meestal sprake is van een verzekerd partnerpensioen. Ook ontvangt de partner vaak zelf een AOW-uitkering. De wijziging van het nabestaandenpensioen wordt beoogd in te gaan op 1 januari 2023. Uiterlijk op 1 januari 2027 dient de wijziging van het nabestaandenpensioen geïmplementeerd te zijn. Sociale partners kunnen ervoor kiezen een nabestaandenpensioen in de pensioenovereenkomst op te nemen. Het aanbieden van het nabestaandenpensioen is dus geen verplichting.

De hoogte van het nabestaandenpensioen wijzigt

De hoogte van het partnerpensioen en wezenpensioen voorafgaand aan pensionering wordt gekoppeld aan het laatst verdiende salaris in plaats van het opgebouwd ouderdomspensioen. Dit is met name gunstig voor deelnemers met een lager inkomen, omdat in tegenstelling tot nu de AOW-franchise niet langer een rol speelt bij bepaling van de hoogte van het partner- en wezenpensioen. Daarnaast is de hoogte van het nabestaandenpensioen niet langer afhankelijk van de diensttijd.

Dit wijzigt voor het partnerpensioen

De hoogte van het partnerpensioen hangt af van het laatst verdiende salaris en bedraagt maximaal 50% van het laatst verdiende salaris.

  • Er komt een eenduidige definitie van rechthebbende partners voor het partnerpensioen. Op deze wijze verdwijnt verscheidenheid in de duiding van rechthebbende partners tussen pensioenfondsen.
  • Het partnerpensioen bij overlijden vóór pensionering mag niet langer op opbouwbasis worden aangeboden maar enkel nog op risicobasis.
  • Het is niet langer mogelijk om voorafgaand aan pensionering bij het einde van het dienstverband ouderdomspensioen(kapitaal) uit te ruilen voor partnerpensioen. Er is immers geen sprake meer van partnerpensioen op opbouwbasis. Uitruil op de pensioendatum kan wel.
  • Bij een echtscheiding voorafgaand aan pensioendatum ontstaat geen bijzonder partnerpensioen. Er is immers geen sprake meer van partnerpensioen op opbouwbasis.
  • Pas bij pensionering is partnerpensioen op kapitaalbasis mogelijk. Het partnerpensioen bedraagt dan standaard 70% van het ouderdomspensioen.
  • Bij uitdiensttreding voorafgaand aan pensionering blijft de dekking standaard 3 maanden in stand. Dit is bedoeld om de periode tussen twee banen te overbruggen. Tevens blijft de dekking in stand gedurende de WW-periode (maximaal 2 jaar).
  • De gewezen deelnemer kan ervoor kiezen om de risicodekking vrijwillig maximaal 3 jaar voort te zetten.
  • Indien de gewezen deelnemer voor de pensioendatum overlijdt en niet opnieuw aan een (andere) pensioenregeling deelneemt, kunnen nabestaanden te maken krijgen met een flinke inkomensterugval. Er is immers niet langer sprake van een partnerpensioen op opbouwbasis.

Dit wijzigt voor het wezenpensioen

  • De hoogte van het wezenpensioen hangt af van het laatst verdiende salaris en bedraagt maximaal 20% van het laatst verdiende salaris (voor volle wezen 40%).
  • De eindleeftijd van het wezenpensioen is standaard 25 jaar zonder verdere voorwaarden. Dit vereenvoudigt de uitvoering. Wezen hoeven bijvoorbeeld niet langer een studieverklaring te overleggen.

Wat gebeurt er met het huidige opgebouwde partnerpensioen?

Het is de bedoeling dat bestaande aanspraken op nabestaandenpensioen via overgangsrecht geëerbiedigd worden. Deze dienen uiterlijk per 2027 in lijn te zijn met het nieuwe kader voor nabestaandenpensioen. Pas bij de start van een nieuw pensioencontract kunnen bestaande aanspraken op nabestaandenpensioen eventueel worden ingevaren. Daarbij is het gewenst om een dekking te kunnen realiseren in lijn met de reeds opgebouwde aanspraken. Op dit moment is nog onduidelijk hoe dat precies wordt vormgegeven.