1. Home
  2. Kennis
  3. Dossier nieuw pensioenstelsel
  4. Wat houdt het nieuwe stelsel in?
  5. Afschaffen doorsneepremie

Afschaffen doorsneepremie

Onderwerpen op deze pagina:

 

 

Hoe werkt doorsneepremie?

Alle deelnemers in een bedrijfstakpensioenfonds bouwen hetzelfde percentage pensioen op over een grondslag die op gelijke wijze wordt vastgesteld.

Het pensioenfonds bepaalt wat daarvoor de premie is. De totale premie voor alle deelnemers wordt omgeslagen over al hun salarissen in een bedrijfstak en zo in een percentage van de salarissen uitgedrukt.

Bij een jaarlijks gelijke pensioengrondslag bouwen alle deelnemers jaarlijks hetzelfde pensioen op.

Bij doorsneepremie is er geen relatie tussen de pensioenopbouw van de deelnemer en de premie die voor hem wordt betaald. Hierdoor wordt meer premie afgedragen voor een jongere werknemer dan voor zijn pensioenopbouw noodzakelijk zou zijn. Voor een oudere werknemer wordt minder premie afgedragen dan voor zijn pensioenopbouw noodzakelijk zou zijn. Het omslagpunt ligt bij de leeftijd van 45 jaar. In de communicatie wordt dit ook wel aangeduid met de zin: ‘De jongeren betalen voor de ouderen.’ Deze solidariteit tussen generaties leidt tot steeds meer onvrede bij vooral de jongeren. Dat percentage van de salarissen is voor alle deelnemers in een bedrijfstak gelijk. Er is geen onderscheid tussen oudere en jongere werknemers. Meestal betaalt een werknemer 1/3 van de premie en de werkgever 2/3.

Steeds minder werknemers blijven hun hele werkzame leven werken in hetzelfde bedrijf en in dezelfde sector. Ze stappen over naar een ander bedrijf of worden zelfstandige. Dan werkt de doorsneesystematiek in hun nadeel. Dat is ook een reden waarom men af wil van het systeem van doorsneepremie.

Degressieve pensioenopbouw

In plaats van een systeem van een gelijke opbouw voor iedere deelnemer, met een gelijk percentage aan premie en pensioenopbouw, wil men over naar een systeem waarbij het premiepercentage voor alle deelnemers gelijk is. Zo blijft de pensioenpremie voor oudere en jongere werknemers gelijk.
Omdat de pensioenopbouw voor een jonge werknemer goedkoper is dan voor een oude werknemer, zullen jonge werknemers meer pensioen opbouwen dan oude werknemers.

Gedurende het deelnemerschap loopt de pensioenopbouw daarom af met de leeftijd.

Overgang en compensatie

Bij de overgang van gelijke opbouw voor alle deelnemers naar degressieve opbouw komen oudere werknemers over de hele looptijd pensioenopbouw tekort.

De pensioenopbouw bij oudere werknemers volgt bij overgang de paarse lijn. Zij missen dan het verschil tussen de oranje lijn en de paarse lijn (‘T’). Dat verschil zijn de kosten voor de afschaffing van de doorsneepremie.

Bij de overgang van de doorsneesystematiek naar degressieve opbouw zal de compensatie van oudere werknemers een belangrijke rol spelen. Schattingen van het CPB geven aan dat deze compensatielast ca. €55 miljard bedraagt.

Lees hier meer over de fiscale begeleiding van afschaffing van de doorsneepremie.