1. Home
  2. Kennis
  3. Dossier nieuw pensioenstelsel
  4. Actuele ontwikkelingen
  5. Transitie

Transitie

Het wetsvoorstel bevat termijnen voor de transitie, schrijft betrokkenheid van pensioengerechtigden en gewezen deelnemers voor, regelt het invaren van opgebouwde pensioenen en pensioenuitkeringen. Minister Koolmees maakt niet alleen wederom gebruik van zijn bevoegdheid om korten van pensioenen uit te stellen, maar stelt ook een transitie FTK voor. Daarnaast wordt de grens voor het verlenen van toeslagen gewijzigd en kan de werkgever ook eenzijdig de pensioenovereenkomst met gewezen werknemers en pensioengerechtigden aanpassen.

Doordat de inwerkingtreding van de wet een jaar opschuift, schuiven de termijnen voor de transitie naar verwachting ook op.

Termijnen

  • 1 januari 2025 moeten werkgevers de gewijzigde pensioenovereenkomsten en hun transitieplannen bij hun pensioenuitvoerders hebben ingediend.
  • 1 juli 2025 sturen pensioenuitvoerders hun implementatieplan naar de toezichthouder.
  • Voor 1 januari 2024 kunnen sociale partners de transitiecommissie verzoeken tussen hen te bemiddelen.
  • Voor 1 januari 2025 kunnen sociale partners de transitiecommissie verzoeken om een bindend advies.
  • Voor 1 januari 2027 is de pensioenregeling omgezet naar het nieuwe stelsel.
  • De periode van een eventuele compensatieverlening begint bij de wijziging van de pensioenovereenkomst en eindigt uiterlijk op 31 december 2036.

Vereniging van pensioengerechtigden, gewezen deelnemers

De werkgever moet een vereniging van pensioengerechtigden en een vereniging van gewezen deelnemers de mogelijkheid geven een oordeel uit te spreken over het transitieplan, als de vereniging een substantieel deel van de pensioengerechtigden respectievelijk gewezen deelnemers vertegenwoordigt.

Invaren

De waarde van pensioenaanspraken en -uitkeringen uit het huidige stelsel wordt aangewend voor pensioenaanspraken en -uitkeringen volgens de nieuwe pensioenovereenkomst. Een werkgever kan besluiten om het pensioenfonds niet om waardeoverdracht te verzoeken, maar moet dat onderbouwen. Het pensioenfonds meldt in dat geval of het de analyse en onderbouwing van de werkgever deelt.
Het pensioenfonds kan het verzoek van een werkgever om waardeoverdracht afwijzen, bij strijd met de wet, onevenredige benadeling van een groep of onuitvoerbaarheid. Bij opvolging van het verzoek moet het bestuur een verantwoordingorgaan om advies vragen en een belanghebbendenorgaan om goedkeuring.

Transitie FTK

Een pensioenfonds dat niet over het voorgeschreven (minimum) vereist vermogen beschikt en het voornemen heeft mee te werken aan een collectieve waardeoverdracht, kan jaarlijks een overbruggingsplan indienen in plaats van jaarlijks een herstelplan. In het overbruggingsplan geeft het pensioenfonds aan hoe het op het moment van collectieve waardeoverdracht gaat beschikken over een dekkingsgraad van 95%. Spreiding van de maatregel (bijvoorbeeld korten) tot het moment van collectieve waardeoverdracht is toegestaan. Pensioenfondsen kunnen een hogere dekkingsgraad nastreven en zijn dat verplicht bij de  vorming van een solidariteitsreserve, of als een hogere dekkingsgraad  nodig is voor een evenwichtige collectieve waardeoverdracht.
Bedraagt de dekkingsgraad op 31 december van een jaar minder dan 90%, dan neemt het fonds binnen drie maanden maatregelen om de dekkingsgraad van 90% te herstellen. Spreiding van de maatregel tot het moment van collectieve waardeoverdracht is toegestaan. Voor het overbruggingsplan moet het bestuur een verantwoordingsorgaan om advies vragen en een belanghebbendenorgaan om goedkeuring.

De grens voor het verlenen van toeslagen wordt verlaagd van 110% naar 105%. Na toeslagverlening dient de dekkingsraad 105% te bedragen.

Wijzigingsbevoegdheid werkgever

De werkgever krijgt de bevoegdheid om een pensioenovereenkomst zonder instemming van de gewezen werknemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden te wijzigen, als zijn belang bij de wijziging zwaarder weegt dan het belang van de gewezen werknemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden bij instandhouding van de pensioenovereenkomst.