1. Home
  2. Kennis
  3. Dossier nieuw pensioenstelsel
  4. Achtergronden
  5. Opdracht en advies Commissie Goudswaard

Opdracht en advies Commissie Goudswaard

Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaf op 25 augustus 2009 drie commissies opdracht om onderzoek naar het pensioenstelsel te doen en met aanbevelingen te komen. Eén commissie kreeg de opdracht de toekomstbestendigheid van het pensioenstelsel te onderzoeken.

Ga direct naar:

 

De commissie kreeg de volgende opdracht:

  1. Het analyseren van de toekomst- en schokbestendigheid van de huidige pensioencontracten
  2. Indien uit de bovengenoemde analyse zou blijken dat (een deel van) de huidige pensioencontracten aan heroverweging toe is, is het de taak van de commissie om de omvang van de problematiek te schetsen en daarvoor oplossingsrichtingen aan te geven. Randvoorwaarde daarbij is om een op collectiviteit en solidariteit gebaseerd systeem in de tweede pijler van het pensioenstelsel te behouden.
  3. Daarnaast dient de commissie de eventuele overgangsproblematiek te analyseren.

Op 27 januari 2010 kwam de ‘Commissie toekomstbestendigheid aanvullende pensioenregelingen’ onder leiding van professor Goudswaard met haar rapport Een sterke tweede pijler. Naar een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen (pdf).

De conclusie van de commissie luidde:

"Het stelsel is thans onvoldoende toekomstbestendig maar er zijn goede mogelijkheden om het stelsel aan te passen als sociale partners en overheid de handen in één slaan.”

Het kabinet deelde de conclusie van de commissie Goudswaard dat het stelsel van tweede pijler pensioenen in haar huidige vormgeving niet toekomstbestendig is.

Pensioenakkoord in de StAr

Op 4 juni 2010 hebben sociale partners in de Stichting van de Arbeid (StAr) onderling afspraken gemaakt over de inrichting van het stelsel van oudedagsvoorziening. Deze zijn vastgelegd in het Pensioenakkoord voorjaar.

Over het pensioencontract:

“Sociale partners zijn het eens over de noodzaak tot modernisering van het bestaande pensioencontract. Het contract kan alleen duurzaam houdbaar worden gemaakt indien het voldoet aan de uitgangspunten van transparantie en aanpasbaarheid aan de ontwikkelingen op de financiële markten door het inbouwen van financiële schokdempers.”

Daarna maakten de verdieping van de financiële crisis, de mondiale economische ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de financiële positie van pensioenfondsen de noodzaak van een herziening van het stelsel steeds groter.

Op 11 juni 2011 zijn het kabinet en de StAr tot een Pensioenakkoord (pdf) gekomen.
Sociale partners hebben een memorandum op hun afspraken (pdf) opgesteld.

Over het stelsel schrijven sociale partners:

“Sociale partners willen een toekomstbestendig stelsel dat beter bestand is tegen veranderingen in levensverwachting en ontwikkelingen op financiële markten, maar ook een betere indexatiekwaliteit heeft. De fundamentele kenmerken zoals collectiviteit, solidariteit en verplichtstelling moeten worden behouden. Wel moet er een nieuwe balans komen tussen ambitie, zekerheid, solidariteit en kosten.”

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schrijft hierover in de brief van 10 juni 2011 aan de Tweede Kamer:

“De Stichting van de arbeid zal de totstandkoming van nieuwe pensioencontracten en een heldere communicatie daarover bevorderen.”

Het Pensioenakkoord leidde onder andere tot verhoging van de AOW-leeftijd, verhoging van de leeftijd van aanvullende pensioenen en tot aanpassing van het financieel toetsingskader (FTK).

Nationale Pensioendialoog

Op 20 december 2013 schrijft staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid:

“Tot slot laat de beleidsdoorlichting zien dat er ontwikkelingen in de maatschappij zijn die van invloed kunnen zijn op de inrichting van ons pensioenstelsel en die verder reiken dan bovengenoemde aanpassingen van de regelgeving. Te denken valt aan veranderende arbeidspatronen en discussies over de deling van risico’s, keuzevrijheid en de efficiëntie van het stelsel.

Deze thema’s wil ik betrekken bij de stelseldiscussie over de maatschappelijke houdbaarheid van het Nederlandse pensioenstelsel, die ik wil voeren met u en alle belanghebbenden bij een goed pensioen.”

In 2014 vindt de Nationale Pensioendialoog plaats. Daarbij stonden de volgende thema’s centraal:

  • de wijze en mate van collectiviteit;
  • de gewenste ruimte voor maatwerk en keuzevrijheid;
  • de vorm en mate van solidariteit.

De Nationale Pensioendialoog leverde een vijftal rode draden op voor de versterking van het pensioenstelsel:

  1. Maak de pensioenen transparanter en minder complex;
  2. Speel in op de veranderende arbeidsmarkt;
  3. Zorg voor een betere aansluiting van het aanvullend pensioen op individuele behoeftes;
  4. Bekijk hoe en met wie solidariteit duurzaam kan worden georganiseerd;
  5. Overheid, sociale partners en burger zijn samen verantwoordelijk.