1. Home
  2. Kennis
  3. Dossier nieuw pensioenstelsel
  4. Achtergronden
  5. Adviezen SER

Adviezen SER

Met de brief van 4 april 2014 vroeg staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de SER om advies. Dat achtte ze waardevol voor de Nationale Pensioendialoog.

De kernvraag van de staatssecretaris was hoe de SER aankeek tegen de pijler van de aanvullende pensioenen in de toekomst en welk transitiepad daarvoor nodig is. Daarover vroeg de staatssecretaris de SER te adviseren en in ieder geval in te gaan op de volgende thema’s:

  • Collectiviteit, keuzevrijheid en maatwerk
  • Risicodeling en/of herverdeling
  • Vermogensopbouw voor pensioen, zorg en eigen woning.

Op 20 februari 2015 kwam de SER met haar Advies Toekomst Pensioenstelsel.

De staatssecretaris schrijft hierover:

“De SER schrijft dat aanpassing en versterking van het pensioenstelsel nodig is, gezien de economische ontwikkelingen, de demografie, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en veranderende behoeften van mensen. De SER heeft de fundamenten van een toekomstig pensioenstelsel geanalyseerd aan de hand van vier hoofdvarianten, met verschillende kenmerken qua kapitaalopbouw (pensioenvermogen), keuzevrijheid, mate van collectiviteit en risicodeling. Die varianten zijn:

 

  • Uitkeringsovereenkomst met degressieve opbouw;
  • Nationale pensioenregeling;
  • Persoonlijk pensioenvermogen met vrijwillige risicodeling;
  • Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling.

 

De laatste variant, persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling, wordt door de SER gekwalificeerd als interessant, maar nog onvoldoende bekend. Deze variant is de SER nader aan het uitwerken. Ook adresseert de SER de vraagstukken die zich bij een overgang naar een ander pensioenstelsel kunnen voordoen.”

Op 20 mei 2016 rapporteert de SER een technische verkenning van de variant van Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling.

Met name de gevolgen van aanvang deelneming en einde deelneming voor de collectieve buffer moesten nader onderzocht worden.

Kabinet Rutte II

Het kabinet streeft ernaar om vanaf 2020 de doorsneesystematiek gefaseerd af te schaffen en de overstap te maken naar een actuarieel correcte methodiek van pensioenopbouw. Het kabinet verwacht dat in 2020 de ontwikkeling van een nieuw soort pensioenregeling tot resultaat zal leiden.

Vervolgens werd de oprichting van een algemeen pensioenfonds (APF) mogelijk gemaakt en zorgde de Wet verbeterde premieregeling (Wvp) ervoor dat geen vaste pensioenuitkeringen meer hoefden te worden aangekocht met kapitalen uit beschikbare premieregelingen en kapitaalovereenkomsten.