Met de nieuwe wet wil de overheid de medezeggenschap van de belanghebbenden in pensioenfondsbesturen beter regelen. In de praktijk betekent dit dat de positie van de gepensioneerden en de jongeren steviger wordt.
Evenredige vertegenwoordiging
Het uitgangspunt is dat de helft van de bestuurszetels naar vertegenwoordigers van de werknemers, jongeren en gepensioneerden gaat en de andere helft naar vertegenwoordigers van de werkgevers. Een evenredige vertegenwoordiging is het doel. Dat betekent dat:
- In een jong pensioenfonds straks meer jongeren in het bestuur zitten
- In een pensioenfonds een gepensioneerde in het bestuur zit als er meer dan 1000 gepensioneerden zijn of 10% of meer van alle belanghebbenden gepensioneerde is
Bij ondernemingspensioenfondsen hebben gepensioneerden vaak al een vertegenwoordiging in het bestuur. Bij bedrijfstakpensioenfondsen is dat meestal niet het geval.
Beroepsrecht minderheid
Het wetsvoorstel regelt ook beroepsrecht voor een minderheid. Deze groep kan vanuit de deelnemersraad laten toetsen of het bestuur zich houdt aan de plicht tot evenwichtige belangenafweging ten opzichte van alle belanghebbenden.
Pensioenfondsen krijgen een jaar de tijd om eventueel veranderingen in hun besturen door te voeren.
Meer informatie
Informatie over het wetsvoorstel staat op de website van de Eerste Kamer.